close
Menu

De HarvestLab bewijst z’n meerwaarde vanzelf

De HarvestLab 3000-sensor. De mestsensor van John Deere voor de analyse van verschillende bestanddelen van geoogste gewassen, kuilvoer of mest. Eén sensor, drie toepassingen. Het afgelopen jaar heeft GroeNoord flink ervaring opgedaan met deze geavanceerde technologie om zelf de meerwaarde te ervaren.

 

Proefrit

Op vier hakselaars die GroeNoord begin dit jaar aan haar klanten verkocht werd de HarvestLab gezet. Een investering voor GroeNoord zelf en tegelijk een mooie kans voor de klant, die een jaar de tijd kreeg om de mogelijkheden van het systeem uit te proberen. Inmiddels hebben drie van deze vier klanten de sensor al overgenomen en dat zegt natuurlijk een heleboel. Het zijn met name loonwerkers die eigenaar zijn van een HarvestLab. Zij komen desgevraagd met de HarvestLab op de lospijp van de hakselaar naar een opdrachtgever. En omdat de vraag hier en daar al groot genoeg wordt, hebben sommige loonbedrijven al meer dan één sensor in gebruik.

 

De HarvestLab meet met nabij-infraroodtechnologie (NIR-sensor) meer dan 4000 meetwaardes per seconde. Op basis van vele nauwkeurige metingen sinds 2009 is de HarvestLab gekalibreerd voor drogestofanalyse van maïssilage met verwaarloosbare afwijkingen van +/- 2%. De kalibraties zijn verder verfijnd met monsters van gewas en mest, variëteiten en voedsel, en regio’s. De ontwikkelingen aan de HarvestLab staan niet stil; John Deere komt elk jaar met een update van het systeem. Vanwege de drie toepassingen met één sensor is de HarvestLab niet alleen uniek in z’n soort, maar ook het hele jaar inzetbaar op het bedrijf.

 

Het hele jaar door

In het voorjaar, wanneer de drijfmest wordt uitgereden, registreert de HarvestLab de gehaltes in de mest. Voor de automatische plaatsspecifieke bemesting betekent dit een enorme ontwikkeling. Van de uitgereden mest wordt een kaart gemaakt die weer te gebruiken is om plaatsspecifiek bij te bemesten met kunstmest.

Tijdens de grasoogst wordt de HarvestLab-sensor op de zelfrijdende hakselaar gezet om te meten hoeveel er is gegroeid en wat er van het land af komt. De sensor meet naast opbrengst en vocht de inhoudsstoffen van het gewas (onder andere drogestof, ADF, NDF, eiwit en suiker). Op basis van deze gegevens zorgt de hakselaar voor een automatische aanpassing van de snijlengte. Is het gewas ‘droger’; dan wordt het korter gesneden. Is het gewas ‘natter’; dan wordt het langer gelaten. Bij het snijden wordt dus al gestuurd op kwaliteit van het voer. Na deze oogst wordt de HarvestLab zo nodig nog een keer gewisseld voor bemesting.

In najaar wordt het maïs geoogst. De HarvestLab meet nauwkeurig de opbrengst en inhoudsstoffen zoals zetmeel en drogestof. Ook hier met oog op kwaliteit van het veevoer en een betere gezondheid van het vee.

Analyse aan de kuil kan het hele jaar door en daarmee is inzicht in voerwaarden continu mogelijk. De HarvestLab wordt in combinatie met een draaiplateau ingezet om verschillende bestanddelen van het veevoer te analyseren. Voor een tussenanalyse hoeft dus geen analysebureau meer te komen, waarbij de uitslag tot twee weken op zich kan laten wachten.

 

Toekomst

De HarvestLab is een ontwikkeling die verandert hoe we nu en in de toekomst omgaan met de toepassing van mest en voedingsstoffen. Kijk naar een instrument als De KringloopWijzer, een managementinstrument dat de mineralenefficiëntie van het landbouwbedrijf in beeld brengt. Dit is iets wat de Nederlandse regering graag in de wet vastgelegd zou willen hebben en waar ook de melkveesector al jaren voor pleit. Simpel gezegd houdt het in dat de voederwaarde die de boer van het land haalt bepaald hoeveel hij aan mest terug mag brengen op het land. Zodra in Nederland de regels voor minimale bemesting vastgelegd zijn en er goedkeuring voor is, zou de toepassing van de HarvestLab-sensor hierin uitkomst bieden.