close
Menu

‘Je moet boeren met de natuur’

“Je neemt zo’n beslissing niet in een achternamiddag. Daar denk je wel over na”. Maar de interesse in biologische landbouw werd steeds groter. En vier jaar geleden hakte de familie Westers in Zeewolde de knoop definitief door: hun akkerbouwbedrijf werd een biologisch bedrijf.

In 1991 namen Jan Peter Westers en z’n vrouw Anita het akkerbouwbedrijf in de polder van zijn ouders over. Maar als je al zo lang doet wat je deed, ga je jezelf op een gegeven moment een spiegel voorhouden. Althans, dat is wat Jan Peter deed: “Wil ik het op deze manier blijven doen? Je ontwikkelt je bedrijf en maakt het toekomstbestendig voor de volgende generatie. Maar ik ben ervan overtuigd dat de huidige landbouw tegen zijn grenzen aanloopt en dat het niet nog jaren zo door kan gaan”. Het was dan ook een weloverwogen beslissing om in 2014 de biologische weg in te slaan. 

Martijn (22), de jongste van twee zoons, deelt de biologische passie van z’n vader. Naast zijn studie aan de agrarische hogeschool Aeres, werkt hij zo veel mogelijk in de biologische landbouw. “Toen we eenmaal de keuze hadden gemaakt om over te schakelen op biologisch, moesten we nog twee jaar wachten voordat we echt konden beginnen”. Wanneer grond omgezet wordt naar biologische teelt, is de afzet van het gewas in het eerste jaar nog ‘gangbaar’. Pas na twee jaar biologisch telen wordt ook je afzet biologisch en geeft Skal Biocontrole (de onafhankelijke toezichthouder) het officiële certificaat Biologisch.

 

1-op-8

Bij gangbare landbouw wordt meestal een bouwplan gemaakt van 1-op-4: één keer in de vier jaar hetzelfde gewas op hetzelfde perceel. Bij biologisch is dat veel ruimer. Het bouwplan van Westers is 1-op-8 en dat betekent volgens Jan Peter niet alleen een verschil in werken. “Omdat de vruchtwisseling veel ruimer is, heb je meer gewassen nodig. Er zijn echter ook meer gewassen om uit te kiezen. Dat vergt een hele andere manier van denken: je moet ‘boeren’ met de natuur om ziektes en plagen voor te zijn”.

 “In je keuze van gewassen, met zaaien en planten, hou je rekening met de cyclus van insecten”. Vruchtopvolging is daarbij heel belangrijk, want in de biologische landbouw is het stimuleren van gezondheid het uitgangspunt, bestrijding niet. “Na grasklaver teel ik geen aardappelen, want in grasklaver kunnen ritnaalden zitten (larve van de kniptor) en die vreten aardappelen aan. Wortelen wil je pas zaaien na de eerste vlucht van de wortelvlieg, dan heb je minder last van ze. Maar je houdt ook rekening met de stikstofbehoefte van gewassen. Grasklaver laat bijvoorbeeld veel stikstof na in de grond. Dus zaai ik daarna een gewas dat daarvan profiteert, want die hoef ik dan weinig tot niet te bemesten”.  

 

Geslaagd

Het is duidelijk dat er een heleboel kennis komt kijken bij dit vak. “En we weten nog lang niet alles”, zegt Martijn. “We hebben teeltbegeleiding van een adviseur biologische landbouw die helpt bij het doorrekenen van ons bemestingsplan en die ons tijdens het seizoen bezoekt en adviezen geeft. Daarmee heb je natuurlijk niet de garantie dat alles slaagt. Je hebt ook een stukje geluk nodig, denk aan de weersomstandigheden, maar wij doen ons uiterste best”. Jan Peter beaamt dat het natuurlijk best spannend was hoe de eerste biologisch gewassen uit zouden vallen. “Maar eigenlijk vielen onze eerste jaren achteraf best mee. De eerste twee gewassen waren gewoon goed geslaagd”.

De omschakeling van gangbaar naar biologisch was niet alleen een investering in kennis en tijd, er was ook ander materiaal nodig. “We moesten een lichtere trekker hebben. Met Albert Enting van GroeNoord hebben we gekeken wat ze allemaal hadden staan. De John Deere 6R-serie trekkers zijn te zwaar voor ons, dus nu hebben we een type eerder uit de 30-serie van John Deere. Met hetzelfde aantal pk’s en met autopower. Het is een occasion en dat is een kostenbewuste keuze. Een wiedbed kan ik niet tweedehands kopen, dus die koop ik dan nieuw”. Martijn is erg te spreken over het occasionaanbod van GroeNoord: “Sinds Geve GroeNoord is bieden ze veel meer occasions aan, dat vind ik een groot voordeel. Je geeft aan wat je zoekt en dan word je gebeld als er zich iets voordoet”.

Wortels, spinazie, erwten, suikermaïs, pompoenen, graan, grasklaver, bonen en aardappelen. Dat is wat er in het brede bouwplan van Westers staat voor komend jaar. Boeren met de natuur. Het sluit beter aan bij de visie die Jan Peter heeft op landbouw. “De ontwikkelingen en vernieuwingen van de vorige generatie - gewasbescherming, kunstmest - waren toen een uitkomst. Wij leven nu in een tijd waarin de mechanisatie zich heeft ontwikkeld en het ons dankzij ervaring en kennis in de biologische sector lukt om zonder kunstmest en chemie genoeg voedsel te produceren”.