close
Menu

‘Samen hebben we meer tijd, denkkracht en slagkracht’

Jos Popken en Aart Spriensma. Samen met Erik Jansen en Menko Boersma stonden ze aan het begin van GroeNoord, een kleine negen jaar terug. Na de achtergrondverhalen van Erik en Menko, vertellen nu deze mannen hoe ze hierop terugkijken. En beantwoorden ze de vraag: hoe is in het huidige GroeNoord nog terug te zien dat het uit familiebedrijven is ontstaan?

 

“De normen en waarden binnen GroeNoord liggen heel erg in lijn met het traditionele familiebedrijf. En die koesteren we”, antwoordt Jos overtuigend, “ook al zijn wij nu een groter bedrijf”. Aart beaamt dit: “Ik denk dat we soms socialer naar onze medewerkers zijn dan sommige bedrijven met tien man. Daarnaast verkiezen we duidelijk de langetermijnstrategie, boven de kortetermijnstrategie. Het grootste gedeelte van het verdiende geld gaat terug in het bedrijf”. Beide mannen zijn commercieel directeur binnen GroeNoord, waarbij Jos verantwoordelijk is voor Landbouw en Aart voor Used, Tuin & Park, RentNoord en Intern Transport. “Ik denk bovendien dat het door de mensen best wel gewaardeerd wordt dat wij de materie goed begrijpen”. De vier voormalig familiebedrijf-eigenaren Jos, Aart, Erik en Menko, zijn nog steeds de eigenaren van GroeNoord. Jos: “Net als bij een familiebedrijf wordt er snel geschakeld als één van ons iets signaleert, dat loopt als een rode draad door het bedrijf.”

 

 Popken

De geschiedenis van familiebedrijf Popken in Smilde gaat meer dan 100 jaar terug. “De vader van mijn opa begon in 1904 met een smederij en loondorsbedrijf”, vertelt Jos. “Hij was een echte pionier. Maar ook opa Bertus Popken was één van de eerste trekkerdealers in dit gebied in de jaren ‘40. Eerst met Allis-Chalmers en later met Zetor, een hele moderne trekker voor die tijd. Mijn vader en oom namen het bedrijf over tijdens de gloriejaren van Zetor rond 1970”. In 1988 werd Popken officieel John Deere-dealer. Mechanisatie zit Jos duidelijk in het bloed. “Als klein jochie ging ik gelijk uit school naar de werkplaats, het was mijn lust en mijn leven!” lacht Jos. Dat hij al op jonge leeftijd het familiebedrijf over zou nemen van zijn vader had hij echter niet voorzien.

 

 

 

 

 

Verlies

In 2003, Jos was 25, overleed Jan Popken plotseling aan de gevolgen van een herseninfarct. “Na mijn opleiding ben ik hier gelijk gaan werken, terwijl ik eigenlijk wel verder wilde studeren of ergens anders ervaring op wilde doen. Achteraf is het mijn geluk dat het zo is gelopen. Ik ben door alle afdelingen van het bedrijf gerold en heb nog een jaar of zes met mijn vader samen gewerkt. We hadden dezelfde visie, dezelfde strategie. Alle beslissingen maakten we samen”. Toch werd Jos behoorlijk voor de leeuwen geworpen toen Jan Popken ineens wegviel. “Je moet in één keer alles gaan doen en krijgt de leiding over zo’n 13 man”. Jos was toen al samen met zijn vriendin Joke. “Joke was, en is, een enorme steun. Ze is een dame van boerenkomaf en snapt wat er gebeurt in een boerenfamiliebedrijf”.

 

 

 

 

 

 

In de jaren die volgden is flink hard gewerkt bij Popken. “En met succes, we groeiden zelfs uit ons jasje. In 2007 breidden we uit met een nieuw bedrijfsgebouw en we merkten dat dat ook de klanten veel vertrouwen gaf. In dat jaar is onze omzet gewoon verdubbeld”.

 

Spriensma

Hoewel ook Aart Spriensma uit een boerenfamilie komt – zijn opa was boer, zijn ouders hadden een veehouderijbedrijf – was voor hem altijd duidelijk dat hij het familiebedrijf níet over zou nemen. “Mijn vader zei altijd: jij wordt geen boer, want er zijn te veel erfgenamen, dus zorg maar dat je wat anders gaat doen”, zegt Aart nuchter.

 

 

 

Willie Wortel

Aart volgde, net als Jos overigens, de opleiding Landbouwtechniek in Apeldoorn. “Ik had voor mezelf heel duidelijk een route uitgestippeld: ik wilde zelfstandig ondernemer worden”. Al tijdens zijn opleiding begon Aart met loonwerk en mechanisatiewerkzaamheden. Samen met zijn broer Johan. “Ik deed de administratie en verkoop, en mijn broer was de technische man, een Willie Wortel. Toen ik klaar was met school in 1997 konden mijn broer en ik een oude smederij huren van mijn ouders en gingen wij echt fulltime aan de slag”.

 

 

 

 

Spriensma-broers

 “Het loonwerk was een hele goede basis. Je bouwt als loonwerker andere relaties op met klanten, dan wanneer je er puur als verkoper komt”. De zaken gingen goed en gemiddeld kwam er elk jaar een monteur bij. Op een gegeven moment paste het loonwerk steeds lastiger in de planning en ging Spriensma zich helemaal op mechanisatie richten. “Het werk nam alleen maar toe en in 2003 verhuisden we naar Oldehove, een locatie met veel meer ruimte”. In 2007 werden de twee jongste Spriensma-broers, Michiel en Wilfred, ook aandeelhouders van het bedrijf. “Mijn ouders bemoeiden zich nooit ergens mee, maar aan de zijlijn hebben ze het altijd wel mooi gevonden wat we deden”, zegt Aart. “We breidden gestaag uit en hadden inmiddels een behoorlijke positie verworven in het gebied. Toch was het pas in 2009 dat we echt de goedgekeurde status van ‘dealer’ kregen, nadat we een John Deere-subdealer in Grijpskerk overgenomen hadden”.

 

 

 

 

Fusie

Jos kreeg als officiële John Deere-dealer in 2011, net als Erik en Menko, de brief over de herinrichting van de dealerschappen. “Eigenlijk paste die aankondiging heel goed bij mijn visie van toen. 42 dealers met allemaal een relatief klein werkgebied en we zagen allemaal dat de schaalvergroting doorzette. Maar hoe hou je als kleinere dealer nog je kennis en kunde op peil?”. Samengaan was voor Jos eigenlijk de enige serieuze optie en evenals zijn compagnons Menko en Erik, is hij heel positief over hoe dat proces verliep: “Ook mijn gevoel was gewoon heel goed. Het volgende plan was dat we Aart Spriensma erbij betrokken”. 

  

Piraat

Aart was destijds voor de andere dealers, met name voor Menko, toch wel een piraat in hun werkgebied. “Tja, wij waren wat tegendraads en redden ons wel buiten de gebaande paden, zeg maar. Ik ben er ook wel een beetje trots op hoor, dat we als piraat werden gezien”, glimlacht Aart. “Maar wel een nette piraat”, voegt Jos toe, “die goed bij de club paste”.

 

 “Menko heeft mij altijd zeer goed op de hoogte gehouden”, vertelt Aart terugkijkend. “Vanaf de start van GroeNoord was wel duidelijk, ‘jij moet er eigenlijk wel bij, anders hebben we in Noord-West Groningen zo’n uitdaging’. Dat is in alle openheid en heel plezierig gebeurt. We hoefden niet stevig aan de onderhandeltafel. Ik zei: als jullie een mooi voorstel maken, dan ga ik niet ouwehoeren. Zonder morren gingen we akkoord. Used Equipment Manager werd mijn eerste rol, een nieuwe functie in Nederland, daar had ik meteen wel schik in”.

 

Trein

Maar dit proces vond achter gesloten deuren plaats en voor de klanten was deze stap van Spriensma een onverwachtse. “Zij konden het altijd wel waarderen dat wij een wat andere positie hadden. Maar de trein kwam voorbij en wij zijn erop gestapt. Ook al kwam ‘ie wat te vroeg misschien. Beter dan dat je te laat bent. Ergens in mijn achterhoofd had ik wel een droom om het met elkaar en veel professioneler te doen. Daarbij heb ik altijd gezegd dat ik dit niet zo tot mijn 65e ging doen. Mijn broer en ik hebben keihard gewerkt en het heeft mij gemaakt tot wie ik ben, maar ik verwachtte dat niet oneindig vol te houden”. Broer Johan is niet mee gegaan in de fusie. “Johan vond de zaak eigenlijk al te groot worden en stapte een jaar voor de fusie uit het bedrijf. Dat Spriensma zich aansloot bij GroeNoord vond hij logisch, maar bij hem persoonlijk had het niet gepast. Johan, als Willie Wortel, was ook de meest excentrieke van de broers! En het opende voor mij de deur om verder te gaan”.

 

Greve

 

Jos ervoer bij zijn klanten een vergelijkbare reactie: “Een eeuw familiebedrijf. En dan ga je zo ineens de impopulaire keus maken om een groot en professioneel dealerbedrijf te worden. Dan word je in de ogen van de klant log, groot, afstandelijk en onpersoonlijk. Wat in een familiebedrijf fout mag gaan, dat mocht nu ineens niet meer. Kortom; eerst zien, dan geloven. En wij moesten ons bewijzen”. Tussen 2011 en 2017 is er flink gewerkt aan de interne organisatie, de processen en het management. “Ik ben erg blij met waar we nu staan”, zegt Jos tevreden. “De overname van Greve in 2017 werd als een logische, mooie stap ervaren door de klanten. In het gebied van Greve is de integratie in GroeNoord inmiddels twee jaar verder en het gaat best goed”.

 

Toekomst

 

Voor de toekomst verwachten beide mannen vooral groei van de concurrentie naar grotere en professionelere partijen. Daarnaast sluiten ze zich aan bij Erik en Menko als het gaat over de ambities van GroeNoord: die zijn nog niet ten einde. Jos: “Zeker in het goed bedienen van onze klanten. We blijven altijd kijken naar nieuwe innovaties en ontwikkelingen. RentNoord, FarmSight, de specialisaties van GroeNoord zijn daarin heel belangrijk”.

 

Waardevol

 

Als Aart nog even terugblikt zegt hij: “Toen wij samengingen heb ik echt ervaren dat je in het groter geheel veel meer tijd, denkkracht en slagkracht hebt. Zowel op persoonlijk vlak als in een onderneming. Doordat we meer tijd hebben, zijn we met elkaar veel creatiever om mooie dingen te bedenken. Door de slagkracht die we hebben kunnen we het ook echt dóen. Dat heb ik van tevoren nooit zo kunnen inschatten en ik vind het enorm waardevol”.