close
Menu

‘Wij zijn blijkbaar John Deere mensen’

Zoon Theunis (18) is ‘groen-en-geel’ geboren, stellen akkerbouwers Gosse Jensma en Tineke de Vries nuchter vast. Oftewel: hij heeft een aangeboren liefde voor de tractors van John Deere. Dochter Gelbrich (20) had als kind liever pony’s, maar manoeuvreert tegenwoordig ook met veel plezier landbouwmachines over de Friese kleigronden. GroeNoord nam een kijkje bij dit innemende gezinsbedrijf in Hallum, waar het gele hert er helemaal bij hoort.

 

“Een merk is emotie”, vinden Gosse en Tineke. “Je zoekt iets dat bij je past en wij voelen ons goed bij John Deere. Natuurlijk kijken we ook naar wat anderen rijden. Een merk is iets ongrijpbaars, maar net als bij gewone automerken straalt het toch iets uit, waardoor de één liever een Volvo rijdt en de ander een Mazda. Wij zijn blijkbaar John Deere mensen. Toevallig – of niet – het enige merk in de sector dat al een eeuw overeind staat. We hebben dan ook net weer vol vertrouwen een nieuwe tractor besteld. Van onze drie John Deere tractors gaat er eentje weg. Die is na elf jaar nog prima, maar we maken de afweging: blijven we investeren in onderhoud of liever in iets nieuws? De uitkomst is een nieuwe 6130R AutoPower. Dan kunnen we weer lange tijd vooruit.”

 

De brede lach op het gezicht van zoon Theunis is veelzeggend. Hij kijkt al uit naar het nieuwe ‘speeltje’, al kent hij tegenwoordig dondersgoed de waarde van landbouwmachines. “Mijn ouders betrekken me steeds meer bij het bedrijf”, vertelt de vwo-scholier. “Na de zomer ga ik naar de hogere landbouwschool. Net als mijn zus, die nu in haar derde studiejaar zit en momenteel bij een Deense boer aan de slag is.” Gosse en Tineke vinden het mooi dat hun beide kinderen interesse hebben voor het vak. “Zelf ben ik de vierde generatie boer”, vertelt Gosse. “Dan is het wel bijzonder als die lijn doorgaat.” Al weet het gezin nog niet hoe het in de toekomst uitpakt met opvolging. “Eerst moeten de kinderen leren en hun neus buiten het erf steken. Daarna wijst het zich wel.”

 

Extensief boeren

Om hun kroost alle ruimte te geven, kiezen Gosse en Tineke op dit moment voor pas op de plaats met hun akkerbouwbedrijf. “We hebben jarenlang uitgebreid en geïnvesteerd om bij de tijd te blijven. De basis is nu goed en daar focussen we voorlopig op.” Pootaardappelen zijn de core business van maatschap Jensma-De Vries, die 100 hectare grond in eigen bezit heeft en daarnaast nog wat hectares huurt. “We telen jaarlijks 46-48 hectare pootgoed voor HZPC, daarnaast bieten en relatief veel graan. Dat graan levert nauwelijks wat op, maar is een bewuste keuze. We boeren vrij extensief omdat we ook aan de toekomst denken. Op deze gronden zijn de organische stoffen hard nodig. We kijken wel eens naar andere gewassen of uitruilmogelijkheden met andere boeren, maar ons huidige bouwplan heeft een evenwicht waar we tevreden mee zijn.”

 

“Continuïteit voor de lange termijn is de kern van onze visie als agrarisch ondernemers”, vervolgt het echtpaar. “We willen graag goed op de bodem passen, want daar moet het gebeuren. Daarom letten we altijd op de bandendruk van onze machines en laten we ons inspireren door ontwikkelingen op het gebied van gewasbescherming, emissies en precisielandbouw.” Beide uiten hun betrokkenheid bovendien door zich in te zetten voor de sector: ze zijn actief voor LTO Noord, waarvan Tineke regiobestuurder is, en beide hebben zitting in diverse werk- en studiegroepen. Bovendien is Tineke bestuursvoorzitter bij Potato Valley, het noordelijke kennisplatform voor pootaardappelen dat zich richt op een duurzame toekomst. “Vooral de verzilting is voor deze regio een serieuze uitdaging en daar wil ik graag in meedenken.”

 

Schwung door de fusies

De inzet binnen de sector zegt iets over het karakter van dit gezinsbedrijf. Hun bevlogenheid heeft ook invloed op de verwachtingen van toeleveranciers als GroeNoord. “Wij hechten waarde aan een persoonlijke klik en vertrouwen, maar zeker ook aan verstand van zaken en er zijn als het nodig is”, benadrukken Gosse en Tineke. “In dealerland zijn er de nodige klappen gevallen en verschuivingen geweest. Mede door onze liefde voor John Deere doen we nu zaken met GroeNoord in Berlikum. Dat is deels toeval, maar we zien ook dat er door de fusies een vernieuwend bedrijf is ontstaan met schwung en dynamiek. En dat past bij ons. Bovendien hechten wij aan wisselwerking met oog voor de lange termijn. Daarom is het fijn om te merken dat GroeNoord ook investeert in klantenbinding. Uiteindelijk komt het toch aan op persoonlijk contact en loyaliteit.”

 

Dat merkt ook zoon Theunis, die goed overweg kan met de monteurs. “Die staan klaar als er een keer wat is”, is zijn ervaring. “We sleutelen zelf ook wel een beetje, zolang het tenminste om ijzerwerk gaat of als er iets te flexen valt. Maar tegenwoordig is software zo belangrijk dat je beter een laptop aan de trekker kunt koppelen dan gereedschap.” Waarop Tineke aanhaakt: “Als het om technische zaken gaat, pluist Theunis alles uit. Hij is degene die ervoor zorgt dat bijvoorbeeld de ploeg optimaal afgesteld staat. Al vinden we de kracht en mogelijkheden van onze landbouwmachines allemaal machtig mooi. We doen op aardappelgebied daarom alles zelf, alleen voor de andere gewassen schakelen we graag loonwerkers in. Als we dan zoals gezin bezig zijn in de drukke tijden, dan denk ik: dat doen we toch maar mooi met z’n allen! En met dank aan het gele hert natuurlijk.”